
Werkloosheid lager bij een hoger opleidingsniveau
Het opleidingsniveau hangt duidelijk samen met de positie op de arbeidsmarkt. Van de mensen met uitsluitend basisonderwijs was in het tweede kwartaal van 2026 10,3 procent van de beroepsbevolking werkloos. Bij mensen met havo, vwo of een diploma op mbo-niveau 2, 3 of 4 ging het om 3,3 procent.
Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De gegevens zijn op 30 juli 2026 bijgewerkt en gaan over inwoners van Nederland tussen de 15 en 75 jaar.
Verschillen per onderwijsniveau
Het CBS verdeelt de bevolking in vijf groepen op basis van het hoogst behaalde onderwijsniveau.
| Hoogst behaald onderwijsniveau | Werkloos | Met betaald werk |
|---|---|---|
| Uitsluitend basisonderwijs | 10,3% | 48,0% |
| Vmbo, onderbouw havo of vwo, mbo 1 | 5,2% | 60,5% |
| Havo, vwo, mbo 2, 3 en 4 | 3,3% | 74,5% |
| Hbo- of wo-bachelor | 2,9% | 80,4% |
| Hbo- of wo-master of doctorstitel | 2,7% | 86,0% |
Het verschil is niet alleen zichtbaar bij werkloosheid. Ook het aandeel mensen met betaald werk loopt op naarmate het behaalde onderwijsniveau hoger is.
Van de groep met vmbo, de onderbouw van havo of vwo, of mbo 1 had 60,5 procent betaald werk. Bij de groep met havo, vwo of mbo 2 tot en met 4 was dat 74,5 procent. Onder mensen met een bachelor werkte 80,4 procent.
Mbo-niveaus zijn samengevoegd
De cijfers vragen wel om enige uitleg. Het CBS heeft mbo 2, 3 en 4 niet los van elkaar onderzocht. Deze opleidingen staan in dezelfde categorie als havo en vwo.
Ook vmbo en mbo 1 zijn samengevoegd met mensen die alleen de eerste drie leerjaren van havo of vwo hebben afgerond. Daardoor is niet vast te stellen welk werkloosheidspercentage precies bij mbo 1, mbo 2, mbo 3 of mbo 4 hoort.
De uitkomsten kunnen ook niet worden gebruikt om twee specifieke opleidingen met elkaar te vergelijken. Een opleiding tot verzorgende, automonteur of logistiek medewerker kan een heel andere arbeidsmarkt hebben dan een andere opleiding op hetzelfde niveau.
Wat telt het CBS als werkloos?
In het tweede kwartaal behoorden ruim 10,2 miljoen mensen tot de beroepsbevolking. Daarvan hadden bijna 9,85 miljoen mensen betaald werk. Ongeveer 385.000 mensen waren werkloos. Het landelijke werkloosheidspercentage kwam daarmee uit op 3,8 procent.
Het CBS rekent iemand alleen als werkloos wanneer die persoon geen betaald werk heeft, recent naar werk heeft gezocht en direct beschikbaar is om te beginnen. Studenten die geen werk zoeken, vallen dus niet automatisch onder de werkloze beroepsbevolking.
De nettoarbeidsparticipatie is een ander cijfer. Dat is het percentage van alle mensen binnen een groep dat betaald werk heeft. Hierbij tellen mensen die niet zoeken naar werk wel mee in het totaal.
Meer opleiding betekent niet automatisch meer kans op iedere baan
De cijfers geven een landelijk gemiddelde. Ze zeggen niets over de baankans van één opleiding, beroep of persoon.
Iemand met een mbo-diploma in een sector met veel personeelstekorten kan sneller werk vinden dan iemand met een hoger diploma in een sector met weinig vacatures. Ook werkervaring, regio, leeftijd en het aantal beschikbare uren kunnen verschil maken.
Het CBS constateert wel dat de werkloosheid lager is bij groepen met een hoger behaald onderwijsniveau. De hoogste werkloosheid werd gemeten onder mensen met uitsluitend basisonderwijs. In deze groep steeg het percentage bovendien van 8,3 procent in het tweede kwartaal van 2025 naar 10,3 procent in het tweede kwartaal van 2026.
Arbeidsmarkt blijft krap
Naast de cijfers over onderwijsniveau publiceerde het CBS nieuwe gegevens over de gehele arbeidsmarkt. In het tweede kwartaal van 2026 daalde het aantal openstaande vacatures met 3.000. Ook het aantal werklozen nam af, met 17.000.
Voor iedere 100 werklozen waren er 95 openstaande vacatures. Het aantal banen daalde in hetzelfde kwartaal met 8.000.
Dat betekent niet dat er voor vrijwel iedere werkloze direct een passende vacature beschikbaar is. Vacatures en werkzoekenden kunnen verschillen in opleiding, beroep, ervaring, regio en beschikbaarheid.
Voor scholieren en studenten is daarom niet alleen het opleidingsniveau van belang. Ook de gekozen richting en de vraag naar personeel binnen een beroep spelen mee.




