
Tom Coronel (55, Naarden) is niet alleen autocoureur, maar ook ondernemer, analist en ambassadeur van vernieuwing in de autosport. “Ik ben letterlijk vernoemd naar een automerk,” lacht hij. “Ik heet Tom Romeo en mijn tweelingbroer Tim Alfa. Mijn vader maakte weleens het grapje vroeger dat we vast op de achterbank van een Alfa Romeo verwekt zijn.”
Coronel groeide op in een echte raceminnende familie: zijn opa, Bertus van Hamersveld, was een TT-legende en kreeg zelfs een rotonde in Assen naar zich vernoemd. Het rocknummer Oerend Hard van Normaal? Dat gaat over zijn opa. Kortom: racen zit diep in het DNA van deze geboren winnaar.
Een leven lang snelheid en strategie
“Ik race al sinds mijn zeventiende en reis nog steeds de wereld over,” vertelt Tom. De autosport is voor hem geen baan, maar een levensstijl. “Ik adem racen. Het is een passie, geen werk.” Net als topsporters in andere disciplines traint hij intensief, ook mentaal. Hij vergelijkt het met voetbal: “Je moet blijven oefenen, je bent er vaak de hele dag mee bezig en onderzoekt constant hoe de sport beter kan worden.” Zijn zoon Rocco zit inmiddels ook achter het stuur, een ontwikkeling waar Tom zichtbaar trots op is. “Ik kan hem helpen met tips die ik zelf nooit kreeg.”
Innovatie: het geheime wapen in racen
Volgens Coronel draait autosport maar om één ding: innovatie. “Je kunt de beste coureur zijn, maar met een Flintstone-auto win je niets.” Alles op het circuit is een technologische wedstrijd. Hij legt uit dat raceauto’s vol zitten met slimme technieken: sensoren, aerodynamica, bandenwarmte, en realtime data-analyse.
Racen draait allang niet meer alleen om gas geven en sturen. Tom legt uit dat een raceauto tegenwoordig een rijdende computer is. “Overal in de auto zitten sensoren verstopt,” vertelt hij. “Die meten continu alles: van hoe warm je banden zijn, tot hoeveel grip je hebt in een bocht.” Die gegevens worden live doorgestuurd naar het team in de pitbox en soms zelfs naar specialisten aan de andere kant van de wereld.
Een voorbeeld? De bandenwarmte is belangrijk. Te koud en je glijdt alle kanten op. Te warm en ze slijten sneller. Door sensoren weten engineers precies wanneer je moet wisselen, of hoe hard je een bocht in kunt.
Ook aerodynamica speelt een grote rol. Dat betekent: hoe de lucht over de auto stroomt. Speciale vleugels zorgen dat de auto als het ware op de weg wordt gedrukt. Dat heet ‘downforce’ en helpt je harder door bochten te gaan.
Daarnaast kijkt het team continu naar realtime data: hoe hard rij je, hoeveel brandstof verbruik je, hoe goed reageert de auto op de ondergrond? “Al die info gebruiken we om de auto tijdens het raceweekend steeds slimmer te maken,” zegt Tom. “En dat finetunen doen we op de millimeter.”
De coureur bestuurt de auto, maar een andere schakel is het team van technici, engineers en data-analisten. Zij helpen om elke honderdste van een seconde winst te pakken. Innovatie is dus ook voor iedereen die slim met techniek bezig wil zijn.
“De kleinste aanpassing aan de vleugel of schokdemper kan een halve seconde winst betekenen.”De balans van de auto is cruciaal, te veel of te weinig downforce, en je glijdt weg. “De auto moet letterlijk samensmelten met jou als bestuurder. Alleen dan kun je het verschil maken.”
Slim testen, steeds bijstellen
Coronel geeft aan dat zijn EK-wagen al drie jaar hetzelfde chassis heeft, maar dat er continu aanpassingen worden gedaan. “Het finetunen stopt nooit. We veranderen constant zaken zoals wagenhoogte, vering, schokdempers, bandendruk en aerodynamische balans.” Ook externe omstandigheden zoals het weer, baantemperatuur of windkracht hebben grote invloed op de afstelling. “Regent het, is het droog, of halfdroog? Dat bepaalt je bandenkeuze én je rijstijl.” Hij gebruikt simulatoren om verschillende scenario’s te oefenen. “De technologie geeft je inzichten waar je vroeger alleen maar van kon dromen.”
Van data naar daden
In Tom’s tijd begon je in de autosport vooral door zelf te proberen. Nu wordt alles gemeten. “We hebben zoveel data: snelheid per bocht, rempunten, g-krachten. Als coureur ben je de sensor van de auto.” Met die informatie kun je terug naar je engineers en zeggen: ‘Hier moeten we iets aan doen’. Bij elk raceweekend zit het team met laptops in de pitbox. Daar worden data in realtime geanalyseerd. “Je moet als coureur ook tech-minded zijn. Weten wat er gebeurt onder de motorkap helpt je om sneller te worden.” Innovatie betekent dus ook: slim samenwerken met technici.
Jong geleerd, slim gedaan
Waar Tom zelf veel op gevoel racete, leert zijn zoon al vroeg hoe je techniek inzet om te verbeteren. “Ik vind het prachtig om dat proces te begeleiden. Maar ik zeg ook eerlijk: dit werk is verslavend. Niet aan beginnen als je van rust houdt,” grapt hij. Toch moedigt hij jongeren én zij-instromers aan om in te stappen. “Zeker als je interesse hebt in techniek, software of engineering. Autosport draait niet alleen om coureurs, je kunt ook als data-analist of e-monteur het verschil maken. En wie weet groei je door naar Formule 1. Alles verandert constant, dus er zijn kansen genoeg.”
Een herinnering op Zandvoort
Op de vraag naar zijn mooiste racemoment hoeft Tom niet lang na te denken. “Het kampioenschap van 1997 op Circuit Zandvoort. Zwaarste baan van Nederland én mijn thuisbasis. Dat maakt het extra speciaal.” Juist die verbondenheid met een plek of raceauto is wat hem drijft. “Autosport is rationeel en emotioneel. Het gaat om techniek en gevoel.”
Snelheid zonder innovatie is nergens
Tom Coronel bewijst dat innovatie in de autosport heel belangrijk is en blijft. Of het nu gaat om kleine updates of grootschalige vernieuwingen, alles draait om technologie die presteert. Zijn verhaal laat zien dat passie, samenwerking en een open blik voor nieuwe mogelijkheden je steeds een stap verder brengen. Of je nu op het circuit werkt of in een andere sector: blijven finetunen en durven veranderen is de sleutel tot succes.‹‹






