9 tips voor de eerste werkweek

De eerste werkweek in je nieuwe baan is best spannend. Is het een kantoorbaan? Dan laat je met deze negen tips een goede indruk achter.

1. Kom op tijd
Het klinkt zo simpel, maar kom op tijd. Voor je eerste werkdag heb je de trein of busverbindingen uitgezocht, of je hebt de fiets- of autoroute gereden. Reken daar wat tijd bij want je zult altijd zien dat het verkeer net op je eerste dag vast staat of dat de trein niet rijdt. Te laat komen op je eerste dag is het laatste wat je wilt.

2 Stel jezelf voor
Je wilt graag goed overkomen, dus je begroet iedereen met een opgewekt goedemorgen en je stelt jezelf voor. Doe extra moeite voor de collega’s waarmee je samenwerkt en ga dan door naar de rest. Misschien weet jij niet meer wie iedereen is na je voorstelronde, je nieuwe collega’s weten in ieder geval wel wie jij bent. Doe je best om alle namen zo snel mogelijk te onthouden en maak daarvoor ook gebruik van intranet of het smoelenboek.

3. Kleed je gepast
Je bent niet thuis met je vrienden, maar op je werk. Trek iets aan dat goed staat en netjes is: je bent nu een professional. Ook op casual friday draag je gepaste kleding. Die broek die vooral uit scheuren bestaat trek je maar lekker tijdens het stappen aan. Teenslipper? Doe maar niet.

4. Stel vragen
In je eerste werkweek is het zaak om je nieuwe baan en de organisatie een beetje te doorzien. Zorg ervoor dat je zoveel mogelijk te weten komt, je bent dan sneller ingewerkt. Belangrijk is natuurlijk dat je erachter komt wat je precies moet doen, maar vind ook uit waar het koffiezetapparaat staat en hoe het ding werkt. Let daarnaast op de gewoontes binnen het bedrijf. Wie doet het papier in de printer? Welke plankjes in de koelkast zijn voor gezamenlijk gebruik? Vraag naar het bedrijfsreglement, waar je informatie in kunt vinden over pauzes, overwerken, ziekmelden en lunchtijden.

5. Luister
Naast vragen stellen is het ook zaak om goed te luisteren. Maak notities, je krijgt in je eerste week ontzettend veel informatie en het is logisch dat je niet gelijk alles kunt onthouden. Lees bedrijfsdocumentatie en rapporten grondig door zodat je al snel goed op de hoogte bent, dan kom je betrokken over.

6. Wees sociaal
Kom attent over door een rondje koffie voor je collega’s te halen. Binnen een organisatie maak je onderdeel uit van een team, stel je dan ook als een teamplayer op. Sluit je tijdens de lunchpauze aan bij je collega’s en ga met hen samen wandelen of lunchen. In de pauze heb je de tijd om elkaar beter te leren kennen. Enthousiasme en een positieve houding over je nieuwe baan zijn belangrijk.

7. Zoek een mentor
Als je geen mentor krijgt toegewezen, zoek dan iemand op je afdeling die jou kan helpen om het klappen van de zweep binnen het bedrijf te leren kennen. Een oudgediende kan je wegwijs maken in het pand en de organisatie: hij of zij weet bij wie je waarvoor moet zijn en hoe alle procedures verlopen. Je hoeft dan niet voor ieder wissewasje bij je manager aan te kloppen. Houd je manager ondertussen wel op de hoogte van je voortgang, laat hem of haar weten wat je ambities zijn en wat voor type werknemer je bent. De eerste week zet de toon. Laat gelijk zien dat je goed bent in wat je tijdens het sollicitatiegesprek hebt beweerd. Noteer de dingen die je hebt bereikt, belangrijke bijdrages aan projecten en complimenten. Dat kan later handig zijn bij beoordelingsgesprekken en salarisonderhandelingen.

8. Bewaar je ideeën
Misschien heb je in de eerste week al ideeën over je baan of verbeteringen binnen het bedrijf. Dat is hartstikke mooi, maar houd het nog even voor je zodat je geen betweter lijkt. Schrijf het op en bewaar het tot het juiste moment daar is, zoals tijdens een evaluatiegesprek. De kans is groot dat je als je meer leert over het bedrijf, merkt dat de bedrijfsprocessen en reglementen bij nader inzien toch helemaal niet zo onlogisch zijn. Blijven je ideëen goed, dan kun je ze als je ze even hebt laten sudderen beter beargumenteren.

9. Ga op tijd naar huis
Overwerken is niet nodig in je eerste week. Kijk hoe je collega’s hun dag indelen en doe net zoals zij. Aan het einde van de werkdag overleg je met je leidinggevende of je kunt gaan en vraag je hoe laat je er de volgende dag weer moet zijn. Eenmaal thuis ga je je lekker ontspannen en op tijd naar bed, zodat je de volgende dag weer fit bij je werkgever aankomt. Aan het einde van de week zul je moe zijn van alle informatie, maar je hebt wél een goede indruk achtergelaten!

Niet doen

– steeds met je telefoon bezig zijn
– je bezighouden met persoonlijke aangelegenheden of privégesprekken voeren
– klagen over je werkzaamheden, de andere medewerkers of je vorige baan
– roddelen of je bezig houden met bedrijfspolitiek
– afwachten tot je een taak krijgt, toon liever initiatief en vraag wat je kunt doen