Vakman Gerard Voskuilen begon op z’n 15e in de horeca

Gerard Voskuilen is een bezige bij én een gedreven vakman. Zo is hij al een flink aantal jaren docent bij ROC Friese Poort en startte hij samen met het Willem I College in Den Bosch de opleiding ‘Gespecialiseerd kok Dutch Cuisine’. Daarbij is hij sinds 2016 bestuurslid van het Gastronomisch Gilde voor de Vakgroep Jonge Garde. ‘Het is mijn doel om de nieuwe generatie te inspireren en te laten zien wat voor mogelijkheden er allemaal zijn als beginnend beroepsbeoefenaar in de horeca, ‘aldus Gerard. We stellen Gerard heel graag een aantal vragen. Enthousiast geeft hij antwoord. 

Hoe gaat het u eigenlijk met de horeca? 
‘Dat vind ik een lastige vraag en het hangt ook af aan wie je het precies vraagt. Het ene restaurant draait beter dan ooit tevoren, terwijl het andere heeft moeten sluiten. De bruine kroeg heeft het lastiger en hotels in de Randstad die gebouwd zijn voor congressen en evenementen staan ook best voor behoorlijke uitdagingen op dit moment. Wat wel voor alle zaken geldt, is dat kosten voor personeel en grondstoffen stijgen. Er moet een balans gevonden worden om deze kosten door te berekenen zonder dat de gast wegblijft.’

Waarom is het interessant voor jongeren om te kiezen voor een baan in de horeca? 
‘Het is het mooiste vak van de wereld! Elke dag is anders en dienstverlening geeft veel voldoening. De flexibiliteit is ook fijn. Je kan 24/7 aan het werk en dus je eigen werktijden bepalen. Daarnaast is het een universeel vak en kan je met een Nederlands vakdiploma en een goede mentaliteit overal in de wereld aan de slag.’

Vind je dat het Mbo-onderwijs goed aansluit bij de beroepspraktijk? 
‘Ik zie goede voorbeelden waarbij er wordt samengewerkt met het bedrijfsleven en er veel maatwerk wordt geleverd. Tegelijkertijd blijft niemand meer zijn hele leven bij dezelfde baas. Sterker nog: steeds meer Mbo’ers beginnen voor zichzelf en dus worden er ook andere competenties van ze verwacht, zoals ondernemerschap.’

Wat voor mens moet je zijn om het goed te doen in de bediening? 
‘Je moet het leuk vinden om het mensen naar de zin te maken en goed kunnen samenwerken in een team. Daarnaast moet je mensen kunnen lezen en begrijpen waar de gast behoefte aan heeft en hierop kunnen inspelen.’

Waarom wordt de bediening vaak als bijbaantje gezien, het is toch een serieus beroep? 
‘Dit komt doordat er in studentensteden veel horeca is en het voor studenten echt wel het perfecte bijbaantje is. Ondernemers werken graag samen met studenten omdat die flexibel zijn en goedkoop.’

‘Dit is gewoon het mooiste vak ter wereld!’

Jij startte de opleiding ‘Gespecialiseerd kok Dutch Cuisine’ met het KW I College. Wat maakt deze opleiding uniek?
‘In de opleiding besteden we veel aandacht aan de vraagstukken van morgen. Vijf jaar geleden voorzagen we dat we niet op dezelfde voet verder konden gaan. We merkten dat de chef van de toekomst andere competenties nodig heeft. Dit gaat veel verder dan alleen duurzamer en gezonder koken. Het gaat ook over hoe er met personeel wordt omgegaan, zodat ze willen blijven. Nadenken over dat wat je doet niet een te grote impact mag hebben op de toekomst en volgende generaties is ook een belangrijke. Er is dus behoefte aan kritische en bewuste chefs die nadenken over de winst van vandaag, maar ook de winst van overmorgen.

Wat houdt de Dutch Cuisine precies in? 
‘De vijf principes die Dutch Cuisine als manifest gebruikt, zijn ontwikkeld door SVH Meester-kok Albert Kooy. Vrij vertaald staan deze principes ervoor dat de producten die zij leveren vers gemaakt zijn, zonder toevoegingen bereid zijn, biologisch zijn en zoveel mogelijk uit de lokale omgeving komen.’

Je bent ook bestuurslid van het Gastronomisch Gilde. Wat is dat voor een club? 
‘Het Gastronomisch Gilde is een vakbeweging voor iedereen die in de horeca, of op een andere manier met eten en drinken bezig is. Wij organiseren onder andere alle vakwedstrijden in Nederland, zoals de Gouden Koksmuts, Het NK leermeester- leerling en de minder-zout-meer-smaak-challenge. Verder proberen wij leden te inspireren met netwerkbijeenkomsten, gave evenementen en workshops van experts. ‘

Hoe ben je zelf in de horeca terecht gekomen? 
‘Op mijn 15e ben ik begonnen in een snackbar- petit restaurant als afwasser en dat is het begin geweest van een carrière waarin ik veel heb mogen zien en ervaren op verschillende niveaus. Ik was stagiaire en chef-kok, gastheer en bedrijfsleider, maar ook leermeester en docent. Ik vind het geweldig leuk dat ik dit prachtige vak mag overdragen en nog steeds met veel plezier met mijn poten in de klei sta.’

Wat raad jij jongens en meiden aan te doen als ze een goede stage of werkplek zoeken?
‘Begin eerst altijd te kijken wat je zelf wil. Vraag je daarna af wie uit je netwerk je daarbij zou kunnen helpen. Maak een shortlist van bedrijven die daarbij passen en check of de bedrijven erkend zijn, dat kan je checken op SBB. Ga er dan gewoon op af en solliciteer!’

En dan ben je klaar? 
‘Nee. Je bereidt het gesprek natuurlijk wel goed voor en je weet wat voor vragen je zelf wilt stellen. Vraag of je er een dagje mag meedraaien of ga er eens met je ouders eten. Als je ergens stage gaat lopen, maak dan altijd goede afspraken over werktijden, stagevergoeding, kleding en dat soort dingen. Een mooie stage is een onvergetelijke ervaring die hopelijk het startpunt is van een mooie carrière. Dus een goede investering, maar wel eentje die je geen geld moet kosten. Maak daar dus goede afspraken over!’