
Mensen van vlees en bloed blijven broodnodig
Robots zijn al lang geen sciencefiction meer. De geprogrammeerde machines zijn vaak uitgerust met artificiële intelligentie en zelflerend zijn. Het effect van robotisering zal waarschijnlijk in de komende jaren steeds meer invloed hebben op de arbeidsmarkt. Gelukkig zijn er tal van beroepen die sociaal, creatief, probleemoplossend of organisatorisch karakter hebben. Dat maakt professionals van vlees en bloed onmisbaar.
Maar wacht eens even: is er nog wel werk in bijvoorbeeld de zorg als robots de eenvoudige functies gaan overnemen? Want het is toch wel mooi zo dat een robot nooit last heeft van een kater of vraagt om een vrije dag. Dat is waar, maar toch hoeft niemand bang te zijn voor concurrentie van machines. Ze zijn er vooral ter vermaak en om menselijk handelen te ondersteunen. Superhandig dus juist. In het dagelijks leven gebruiken we als consument ook robots. Denk daarbij aan de grasmaairobot en de stofzuigrobot. En wanneer komen die al zo vaak besproken zelfrijdende auto’s nou eindelijk op de markt? Zo ver is het nog niet, maar de nieuwste auto’s zijn al uitgerust met camera’s, radartechniek en slimme sensoren. Denk aan de parkeerhulp, de adaptieve cruise control en de dode hoek bewaking.
Operatiebot
Hoe zit het met het gebruik van robots in de zorg? In de zorg worden robots steeds vaker ingezet. Zo kan er met een robot heel nauwkeurig geopereerd worden en is de kans op weefselschade veel kleiner dan in geval van een operatie zonder robot. Doordat de operatiebot het beeld enorm vergroot, heeft de chirurg een beter zicht op het operatiegebied. Uiteindelijk neemt die de beslissingen, want zonder excellente bediening is een operatiebot geen knip voor de neus waard.
Robothondjes verharen niet
Op de werkvloer in de zorg kunnen robots ook niet meer weggedacht worden. Zo komen we steeds vaker robothondjes en robotpoesjes tegen. Ze worden gebruikt als trouwe vriendjes voor mensen met dementie of met een verstandelijke beperking als er behoefte is aan extra sociaal contact en wat vrolijkheid.
Knuffelen met een huisdier dat geprogrammeerd is, kan naast spiergebruik ook het gebruik van de hersenen stimuleren. Robotkatten spinnen, mauwen en reageren op aanrakingen en robothondjes kunnen kwispelen en blaffen. De robotknuffels zorgen voor een hoop gezelligheid, maar maken geen rommel, verharen niet en hebben geen dagelijks verzorging nodig. Een sympathieke oplossing naast echt contact, want zelfs een onecht huisdier werkt stressverlagend en brengt zelfs de bloeddruk mooi naar beneden.
Sociale robots en servicerobots
Naast knuffelrobots, zijn er ook zorgrobots die op fysiek gebied een grote steun kunnen zijn. Er bestaan bijvoorbeeld intelligente rollators die mensen kunnen helpen uit hun bed te komen. Ook zijn er robots die een beetje lijken op een mens en die kunnen worden ingezet om beweging te stimuleren. Innovatief is ook de robotarm die mensen kan helpen met eten, waardoor ze minder afhankelijk zijn van een hulpverlener van vlees en bloed. Bij beginnende dementie kan een sociale
robot een soort sprekende agenda zijn en zo zorgen voor meer structuur. Service-
robots kunnen taken verrichten, als deuren openen, opruimen, afstoffen, koffie of thee zetten en helpen met medicijngebruik.
Handig stuk gereedschap
Zorgverleners met passie voor hun vak blijven ondanks alle technologische ontwikkelingen broodnodig. Een robot mist namelijk eigenschappen als empathie, oplossingsgerichtheid en creativiteit. Een hand op een schouder, een praatje en een knipoog blijven altijd gewenst. En ook voor ethische afwegingen zullen we echt wel een beroep op mensen blijven doen. Je moet er toch niet aan denken om machines op te zadelen met complexe verantwoordelijkheden die te maken hebben met leven en dood. Als het gaat over eenzijdige, eenvoudige taken en fysiek zware taken , dan zijn robots best handig als veredeld stuk gereedschap. ‹‹







